Wat is een potstal?

De potstal is een staltype dat vroeger vaak voorkwam in onze streek, maar steeds minder toepassing vond. De biologische veehouderij gebruikt dit type stal wel terug meer en meer. Zoals de naam laat vermoeden, wordt het mest in zulk een stal ‘opgepot’. Eigenlijk was het zelfs een vorm van een ‘spaarpot’, want mest stond in zekere zin synoniem aan rijkdom. De zandige gronden van onze Kempen waren immers onvruchtbaar en konden dus wel wat mest gebruiken. Uiteraard was er destijds nog geen kunstmest en ook had men niet de middelen om drijfmest op te vangen en uit te rijden.

De boer verdiepte zijn stal tot soms wel één meter en deze ‘pot’ werd regelmatig aangevuld in lagen, bestaande uit organisch materiaal dat men voorhanden had. Zo werden o.a. heide- en/of grasplaggen gebruikt, maar ook strooisel (bladeren en takjes) dat men enkel met toelating van de boswachter mocht verzamelen in de bossen. Dit strooisel werd in grote ‘streuselhopen’ voor de boerderijen bewaard. Ook werd stro gebruikt. Stro was wel kostbaar omdat de daken ermee bedekt werden en die moesten bovendien regelmatig een onderhoudsbeurt krijgen. Door de ‘pot’ laag per laag op te vullen, kwamen de dieren steeds hoger te staan, tot zelfs met hun rug bijna tegen het plafond. Wanneer de stal dan vol was, werd het mest eruitgehaald en verspreid over het akkerland.

Wij combineren de traditionele potstal met een mestkelder. Waarom en hoe we dat doen, kan je hier lezen…

Oude Kempische potstal te Retie (1948): Bron: ‘Foto door Atelier Galmar. KADOC – KU Leuven, Beeldarchief Boerenbond’.
‘Streuselhoop’ voor boerderij. Bron: ‘Erfgoed Noorderkempen’