September-Oktober 2022: Plaatsen van de gebinten

De opbouw van de Luyckenaar brengt enkele bouwkundige aanpassingen met zich mee. Om deze aanpassingen duidelijk te maken is een woordje uitleg en de daarbijhorende typologie wel op zijn plaats.

De schuur, zoals ze door Jonas werd aangetroffen, bestond uit 5 traveeën. Een travee, wat afgeleid is van het Franse woord travée (span) en oorspronkelijk van het Latijnse trabis (balk), is een deel van een gebouw dat wordt bepaald door twee opeenvolgende steunpunten in de lengterichting van het gebouw. Dit betekent dus dat de oorspronkelijke schuur bij de ontmanteling uit 6 gebinten bestond. Een gebint bestaat uit 2 gebintestijlen (of staanders) die verbonden worden door een ankerbalk (zie tekening).

Typologie dwarsschuur (bron: Stichting de Brabantse Boerderij).

We weten echter niet met zekerheid of de oorspronkelijke schuur slechts uit 5 traveeën bestond. In het algemeen waren de schuren in de Boerestraat niet voorzien van een recht zadeldak, maar wel van een schilddak. De zijmuren waren niet erg hoog en daardoor kwam het dak kort bij de grond.

Op dit schilderij van Dirk Baksteen zijn de schilddaken kenmerkend.

Indien De Luyckenaar oorspronkelijk een schilddak had, zou de schuur mogelijk uit 7 traveeën hebben bestaan. Of dit zo werkelijk geweest is, is moeilijk te achterhalen. Indien we er vanuit gaan dat de schuur oorspronkelijk een schilddak had, kunnen we wel enkele theorieën bedenken waarom dit nu niet meer is. Zo weten we uit getuigenissen dat het stro- of rietdak, na de brand van 1912 in de Sluisstraat, vervangen werd door golfplaten (lees de getuigenis van François “Franne” Van Hoof). Mogelijk zijn de ‘schilden’ (de 3-hoekige zijkanten) van het schilddak toen weggehaald omdat anders de golfplaten schuin moesten gemaakt worden. We kunnen ons wel inbeelden dat dat in die tijd niet eenvoudig was. Een slijptol had men nog niet. Anderzijds zou het vervangen van een schilddak door een zadeldak, en dit met behoud van dezelfde grondoppervlakte, nieuwe of aangepaste gebinten en spanten voor de zijmuren gevraagd hebben. De oorspronkelijke muren waren waarschijnlijk immers te laag. Heeft men toen afgezien van dit werk en van de extra investering die daaraan verbonden was? Of is de schuur al veel eerder aangepast geweest of juist niet? Waarschijnlijk gaan we het nooit weten, maar de vele niet meer gebruikte pengaten in bijna alle balken, getuigen dat de schuur constant structurele wijzigingen heeft ondergaan. Echt een schuur in beweging.

Omdat we de schuur de typische vormgeving van een Kempische dwarsschuur willen geven, hebben we gekozen om de heropgebouwde schuur van een schilddak te voorzien. Zo zal de schuur lijken op de schuren die pronken op de schilderdoeken van o.a. Jacob Smits en Dirk Baksteen. Ze zal dan de sfeer oproepen die zo eigen was voor de Boerestraat van weleer. Uiteraard zal de wederopbouw gebeuren met alle respect voor de originele constructie. De gebinten, zoals ze net voor de ontmanteling aangetroffen werden, zullen op een paar technisch noodzakelijke aanpassingen na, identiek terug opgebouwd worden.

Er worden dus 2 traveeën extra toegevoegd (links en rechts). Deze zullen wel een beperkte breedte hebben van ongeveer 2 meter. De schuur zal dan uiteindelijk uit 7 traveeën bestaan. Daarom moeten er 2 extra gebinten voorzien worden. Deze gebinten zullen merkelijk minder hoog worden dan de bestaande gebinten. De muurhoogte bedraagt ongeveer 1,8 meter.

Vijf oorspronkelijke traveeën (rode vakken). Twee traveeën extra (groene vakken)
De rode gebinten op de tekeningen worden toegevoegd.

Nu is het zo dat de ankerbalken van de 2 buitenste gebinten van de oorspronkelijke constructie uit 2 delen bestaan. Deze balken werden gekoppeld door middel van een schuine haaklas (zie tekening). Op zich een zeer stevige verbinding, maar niet aangewezen voor een vrijdragende ankerbalk. Bij de oorspronkelijke constructie was dit geen probleem omdat het 1ste en 6de gebint de buitenmuren vormden en dus voldoende ondersteund werden door meerdere tussenstijlen.

De 1ste en 6de ankerbalk bevatten beiden een haaklas.
De haaklas van de oorspronkelijk eerste ankerbalk. Door een wig in de tapse opening te slaan, worden de balken stevig tegen elkaar gedrukt.

Hoe lossen we dit op? We hebben er voor gekozen om de gebintestijlen van het oorspronkelijke 1ste en 6de gebint te voorzien van nieuwe (oude) ankerbalken. De originele ankerbalken verplaatsen we naar de zijgevels en voorzien we van nieuwe (oude) staanders.

De extra ankerbalken hebben we gevonden in Herk-de-Stad. Ze zijn afkomstig van een oude vierkantshoeve. Eén van de balken was op het uiteinde over een lengte van ongeveer 1 meter tot in de helft van de balk te zeer aangetast door insecten. We hebben een inzetstuk geplaatst zodat we toch de volledige lengte van de balk konden benutten.

Het verwijderde slechte stuk.
De nieuwe ankerbalk met het nieuwe inzetstuk is verbonden met de originele gebintestijl.
Het gebint met het inzetstuk is geplaatst.
Op de schragen ligt de oorspronkelijke ankerbalk met de schuine haaklas. Vooraan ligt de vervangende ankerbalk klaar.
De vervangende ankerbalken worden van pennen voorzien.
De eerste bewoner van de schuur is een feit. Een pimpelmeesje heeft een slaapplek gevonden.